De kunzten van dr. Abraham Jacob Kunz

Onlangs stond een interview in het RD met dr. A.J. Kunz (PKN-predikant en woonachtig in Katwijk). Boven het interview was 'de spiegel van Guido de BrŤs' geschreven. Het hele interview kunt u lezen via de volgende link (klik hier). We willen stilstaan bij de twee vragen die hem gesteld worden over artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die als volgt luiden:

Hoe leest u het bekende artikel 36?
"Het valt niet te ontkennen dat Guido de BrŤs de zwaardmacht van de overheid ten opzichte van valse religies letterlijk heeft bedoeld. Leerstukken bestrijd je niet met het zwaard. Hij bedoelde ermee te zeggen: het zwaard valt nu op de verkeerde plek. Vanuit zijn context kan ik dat begrijpen, maar het is me te kort door de bocht om Abraham Kuyper te veroordelen, omdat hij de bekende 21 woorden schrapte. Wij laten ze staan, maar kunnen er niets mee. Die verlegenheid zie je heel duidelijk bij de SGP. Met name bij hen die in de politieke realiteit staan. De essentie van dit artikel is voor mij de belijdenis van Gods Koningschap over alles en allen. En dat het heen gaat naar de definitieve komst van Gods Koninkrijk: artikel 37. Eens zal door ieder worden gezien dat God het laatste woord heeft. Dat besef zou ons leven meer moeten doortrekken."

Welke conclusie verbindt u aan uw visie op artikel 36?

"Dat liefde voor de gereformeerde belijdenis iets anders is dan zoín confessie als een tijdloos receptenboek gebruiken. Wel hebben we kaders nodig om te verwoorden wat de kerk der eeuwen heeft beleden. Daarvoor is de Nederlandse Geloofsbelijdenis van blijvende waarde."

Dr. Kunz vertoont zijn doctorale kunzten en durft te zeggen dat we niets met de bekende 21 woorden kunnen. Het betreft dan de woorden "om te weren en uit te roeien alle afgoderij, en valse godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen." We laten ze staan zegt Kunz. Met andere woorden, het is een mooi museumstuk, maar we kijken er alleen naar als een stuk geschiedenis. Dit zijn nu altijd de reacties van diegenen die aan haalbaarheidstheologie doen. Of dit nu Abraham Kuyper was of deze Abraham, ze wandelen niet in de voetstappen des geloofs van vader Abraham. Ze doen net of God wat te maken heeft met onze haalbaarheidstheoriŽn in kerk en staat. Hij haalt ook de SGP erbij aan die verlegen zou zijn met deze woorden. We hebben al genoeg over de SGP geschreven, dus dat gaan we niet nog eens doen, maar duidelijk is wel dat ook deze dominee een aanhanger van de SGP is. Al die CDA-dominees, CU-dominees of SGP-dominees hanteren de theorie van de haalbaarheid en leggen Gods gebod terzijde. De zogenaamde christelijke politiek van de SGP en CDA/CU evenknieŽn doen niets anders dan het bedrijven van haalbaarheidspolitiek met eedzwering op de goddeloze grondwet die de godsdienstvrijheid faciliteert. Deze Kunztenaar doet exact hetzelfde vanuit zijn PKN-verband.

De overheid is Gods dienaresse zoals Guido de BrŤs in artikel 36 beschrijft, en waarbij hij zich baseert op Romeinen 13:1-4 waar staat geschreven: "ALLE ziel zij den machten over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten die er zijn, die zijn van God geordineerd. Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie Gods wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. Want de oversten zijn niet tot een vrees den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben; Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene die kwaad doet." In het laatste gedeelte staat ook dat de overheid een wreekster is tot straf dengene die kwaad doet. Onder kwaad doen wordt alle publieke kwaad verstaan wat tegen God's geboden ingaat! Het kwaad wat de overheid dient te bestrijden bevat bijvoorbeeld het sluiten van gelegenheden die tegen Gods gebod ingaan, zoals hoerenhuizen, popfestivals, bioscopen, casino's en vult u zelf maar aan, maar ook het kwaad van de openbare afgodstempels zoals moskeeŽn, hindoetempels, satanskerken en andere afgodentempels. De wijze Salomo zegt in Spreuken 8:15: "Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid." Dat betreft dus elke koning, elke vorst en elke overheid. We dienen deze machten te gehoorzamen tenzij ze tegen Gods gebod ingaan, want we dienen Gode altijd meer te gehoorzamen dan de mensen (Hand. 5:29).

Ja maar, zegt men tegenwoordig, we hebben geen christelijke overheid. Nou en. Wat heeft God daar mee te maken? Wat heeft God met de politieke realiteit te maken? De inhoud van de Bijbel is niet tijd gebonden, maar wij zijn wel gebonden aan de Bijbel! Wee degenen die toedoen of afdoen aan de inhoud van de Bijbel! Laten we de haalbaarheidstheorie eens loslaten op de persoonlijke bekering. Ja maar, ik kan me niet bekeren want ik ben niet christelijk. Nou en. Wat heeft God daar mee te maken? De Heere God eist de bekering van de mens. De werkelijkheid van onze val in Adam in het paradijs doet aan die eis geen millimeter af. God handhaaft Zijn recht. De overheid bestaat uit mensenkinderen waarop ook de eis van de bekering ligt. De overheid is geen neutraal terrein die alle religies moet faciliteren in de publieke ruimte. Hoe komt men erbij? Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen, Prediker 12:13. Artikel 36 van de NGB is dus geheel gebaseerd op Gods Woord. De huidige godgeleerdheid, zoals deze PKN-kunztenaar, veegt de 21 woorden onder het tapijt en spreekt over het gebruik als een tijdloos receptenboek. Kunz vergeet dat ook de overheidspersonen straks rekenschap moeten afleggen van hetgeen zij gedaan hebben, hetzij goed hetzij kwaad (2 Korinthe 5:10). Ze kunnen zich dan niet verontschuldigen voor het feit dat ze moskeeŽn maar hebben geaccepteerd omdat ze nu eenmaal in een democratie leefden waar godsdienstvrijheid door de mensen was ingesteld. Dus overheden en onderdanen hebben de eis om zich te bekeren tot God en om de zonden te haten, te vlieden en uit te roeien. Zonder geloof van Christus en in Christus (Galaten 2:16) is het echter onmogelijk om Gode te behagen (HebreeŽn 11:6). Bekeert u en gelooft het Evangelie! (Markus 1:15)

M.G. van der Hoeven

Ga naar home pagina "Het gekrookte riet"